We gaan hem nu halen

Ik had een voorgevoel, iets zei me dat het niet goed zat in mijn buik. Ik was 29 weken zwanger en ik voelde minder. Minder beweging en minder zwanger. Dat klopte niet en dus kwam ik op de poli verloskunde terecht in het dichtstbijzijnde ziekenhuis, een academisch ziekenhuis met een eigen Neonatal Intensive Care Unit (NICU).

Na een hartfilmpje en echo komt er een specialist binnen. Ze gaat zitten en zegt: “we weten niet precies wat er aan de hand is, maar het klopt niet. Ik wil je kindje kunnen zien en dat gaat niet nu hij nog in je buik zit. We gaan hem nu halen. Het team maakt zich gereed in de OK voor een keizersnede”. Ze is nog niet uitgesproken of ik heb al een infuus in mijn hand. Daarna vertrekken we direct richting de OK.

Met enkele instructies rol ik de keizersnede tegemoet

Onderweg krijg ik instructies. Er is tijd voor een ruggenprik, mijn man komt na de verdoving pas de OK in en de NICU staat klaar om onze kleine jongen na de geboorte op te vangen. Ondertussen rijden we door de gangen, gaan we liften in en weer uit en zie ik de lampen boven mijn hoofd flitsen.

Na de zo gevreesde ruggenprik begint de operatie. Ik ben bang en ik tril over mijn hele lijf. Mijn man staat naast mij. Maar ik kan mij niet herinneren of we iets tegen elkaar hebben gezegd. Ik weet wel dat hij halverwege de keizersnede gaat staan om alles goed te kunnen zien. Ik voel gerommel in mijn buik, alsof al mijn organen even aan de kant worden geschoven. Ik denk dat onze zoon er met 15 minuten is. Hij is klein, huilt en wordt een minuut omhoog gehouden zodat ook ik hem kan zien. Geen aanraking, niet even snuffelen, geen kus. Daarna is hij weg, samen met mijn man.

Onze zoon is geboren

Tijdens het hechten van de zes verschillende lagen weefsel en huid, krijg ik te horen dat de kinderarts bezig is met onze zoon. Hij maakt het goed is de boodschap. Dat hij ondertussen is gereanimeerd laten ze achterwege. Ik denk dat dat een goede keuze is. Ik heb geen idee hoe ik zou hebben gereageerd terwijl ik daar verdoofd en open op die tafel lag. Maar ik vermoed niet zo goed.

Na een poosje komt de kinderarts en het team van de NICU langs met de couveuse. Oh wat kun je dan weinig zien. Maar daar is hij: roze en klein. Het eerste wat ik vraag: zijn jullie tevreden met wat jullie zien? Ja is het antwoord. Daarna wordt hij weggereden. Pas een uur of twee later zou ik hem weer zien.

Rust op de OK

Daarna keert de rust terug op de OK. Om me heen wordt gekletst over koetjes en kalfjes. Ook ik ontspan eindelijk. Het is voorbij. Ik luister niet maar vind het geroezemoes wel bemoedigend. Ineens wordt mij iets gevraagd. Ik moet echt even schakelen. Of ik de placenta wil zien? Nee, dat wil ik niet. Nu achteraf denk ik: had ja gezegd.

Uitslapen in een lege zaal

Eenmaal gehecht word ik naar een uitslaapzaal gebracht. Omdat ik om 23:50 ben bevallen, is er gelukkig helemaal niemand. Ik moet er niet aan denken daar met meer mensen te liggen. Ik krijg wat te drinken en dat was het dan. Ik ben alleen. Pas dan komt het besef: ik ben moeder van een kindje dat al lang en breed op de NICU is aangekomen. Hij heeft al een naam en een infuus (of twee).

Het duurt in mijn beleving uren voor ik word opgehaald door mijn man en een verpleegkundige. Maar dan zijn ze daar ineens en word ik naar mijn zoon gereden.

De eerste ontmoeting ben ik vergeten

Om eerlijk te zijn weet ik niet meer hoe dat eerste moment was. Ik kan me niet herinneren met bed en al op de NICU te zijn geweest die nacht. Ik weet niet meer dat ik hem zag. Ik weet niet wat ik dacht of voelde en ik weet ook niet wat mijn man heeft gezegd.

Ik weet wel dat de batterijen van onze telefoons leeg waren en dat we niks bij ons hadden voor de nacht of volgende dag. Een lieve assistente in de OK en een verpleegkundige hebben de eerste fotos gemaakt met hun telefoon en de foto’s direct met ons gedeeld. Midden in de nacht is mijn man nog naar huis gereden voor telefoon opladers en wat kleding. Nu ik dit zo schrijf vraag ik me af waarom. Maar helder denken was er gewoon niet bij. Dat kwam pas een volle dag later.

Te vroeg geboren met een reden. Maar welke?

Waarom hij zo vroeg kwam en waarom hij moest worden gereanimeerd weet niemand. Artsen hebben alles uitgeplozen maar tasten in het duister. Wel zijn zij en ik maar wat blij dat ik op die bewuste dag naar mijn gevoel heb geluisterd. Nu is onze jongen 8 maanden oud. Hij is vrolijk, groeit goed en wil alles ontdekken. Precies zoals het hoort. Van zijn vroeggeboorte merken we (nog) niks.


Foto: Anders dan verwacht

Misschien vind je dit ook interessant

Deze website maakt gebruik van cookies - Met deze cookies proberen wij jouw online ervaring te verbeteren.We gaan ervan uit dat je dit goed vindt, maar je bent uiteraard niets verplicht. Deze methode komt overeen met de wetgeving AVG (ingangsdatum 25 mei 2018). De cookies van Google Analytics hebben wij volledig geanonimiseerd en daarom kunnen wij die plaatsen zonder toestemming. Je zult daar dus nooit enige hinder van ondervinden. Accepteren Details tonen

Privacy & Cookies Beleid