Opgenomen met vruchtwaterverlies en kans op vroeggeboorte

Na 22 weken zwangerschap kwam ik thuis te zitten. Ik verloor continu vruchtwater (PROM) en het enige dat ik kon doen was wachten. Wachten op weeën. 22 weken is natuurlijk veel te vroeg om geboren te worden. We hadden ons dan ook ingesteld dat ons jongetje het niet zou redden. Alleen, er kwamen geen weeën en ons kind bleef bewegen in mijn buik. We haalden de 24 weken.

Naar het Wilhelmina Kinderziekenhuis

Na 24 weken is een ongeboren kind levensvatbaar. We mochten ons melden in het Wilhelmina Kinderziekenhuis (WKZ). Dit voelde als een enorme opluchting, want eindelijk konden we in ieder geval iéts doen. Ik werd opgenomen en kreeg longrijpingsinjecties.

In het ziekenhuis voeren we de meest verschrikkelijke gesprekken met artsen. Wat houdt levensvatbaarheid in? Met welke scenario’s moeten we rekening houden? Kan ons jongetje ooit een bal trappen op het voetbalveld? Gaan we zo vroeg al een keizersnede doen? Hoe ver gaan we met de behandeling van ons mannetje als blijkt dat hij zwaar gehandicapt is?

Bij iedere beweging verloor ik vruchtwater

Ik stond in ‘overlevingsstand’. Ik móest hier zo lang mogelijk blijven liggen. De enige beweging die ik kreeg was vanuit mijn bed naar de wc of de douche en weer terug. Ik genoot ervan als iemand mij kort in de rolstoel mee naar beneden of naar buiten nam.

Bij iedere beweging verloor ik vruchtwater. Ik was zó bang dat ons kleintje niet meer genoeg had en dat hij het niet meer fijn zou hebben in mijn buik. Af en toe werd het even stil in mijn buik, dan sloeg de paniek toe. Leefde hij nog wel? Was hij nog wel oké daarbinnen?

Overlevingskansen vergroten

Ik dronk zoveel mogelijk water en cranberrysap. Ik hoopte dat dit voor meer vocht in mijn lijf en dus ook voor de baby zou zorgen. Ook zorgde ik dat bacteriën geen kans kregen. Nu er vruchtwater lekte, was er een opening tussen mijn baarmoeder en de buitenwereld. En dat was geen goed nieuws. Ik douchte twee keer per dag en pakte ieder uur schoon maandverband. Het ziekenhuis wilde dat ik mij vier keer per dag temperatuurde. Zo konden zij een mogelijke infectie snel opsporen.

Ieder uur dat ik verder kwam, was er eentje. Iedere dag vierden we dat de kansen op een gezond mannetje weer iets gunstiger waren.

Uren werden dagen, dagen werden weken

Op een gegeven moment durfde ik de dagen te tellen in plaats van de uren. Laten we eerst maar eens op de 26 weken komen. Dat was mijn doel. Daarna heel voorzichtig de 27 en misschien zelfs wel de 28. Ik kon alleen maar afwachten. Het was leven tussen hoop en vrees.

Al die tijd bleef het rustig in mijn buik. Ook de dagelijkse CTG’s en tweewekelijkse echo’s bleken goed. Ons mannetje bleef groeien, ondanks zijn eigenlijk slechte situatie in mijn buik. Wat waren we trots op dit sterke jongetje.

De 28 weken kwam in zicht, wat een mijlpaal! Dit hadden we nooit durven dromen. Nu zagen de kansen er toch echt serieus goed uit. We kregen hoop. De gesprekken met de arts werden anders. We spraken over het geven van borstvoeding en ik durfde al stiekem naar een geboortekaartje uit te kijken. Ook durfde ik weer wat over de gangen van het ziekenhuis te schuifelen en ik mocht zelfs een nachtje naar huis.

Natuurlijk moesten we rekening blijven houden met een long ontwikkelingsachterstand en leer- of ontwikkelingsproblemen bij ons kleintje. Maar dit was niet te vergelijken met dat waar we vandaan kwamen.

Bij 30 weken was er onrust

Met 30 weken voelde het ineens niet meer goed. Ik was misselijk, verloor bloed en af en toe waren daar lichte krampen. De gynaecoloog en verpleegkundigen bleven er rustig onder, maar ik raakte in paniek. Ons kleintje zou komen. Ik wist het zeker.

Twee dagen later lag ik met regelmatige en pijnlijke weeën in bed. Het zette niet echt door, maar het nam ook niet af. Ik werd naar de verloskamers gereden. Ondertussen werden zowel de OK als de Neonatale Intensive Care afdeling (NICU) ingelicht.

Even was er sprake van een helikopter. Er was ruimtegebrek op de NICU in het WKZ en ik zou mogelijk worden overgevlogen naar Amsterdam. Het zweet brak me uit. Het bleek vals alarm, de weeënactiviteit nam na enkele uren af en de artsen zagen geen reden om de baby te halen.

Maandag 3 december, 30 weken en 4 dagen

Twee dagen later kreeg ik ’s avonds rond een uur of acht enorme krampen die met regelmaat terugkwamen. Ook werden ze steeds heftiger. Ik werd aan de CTG gelegd. Het was duidelijk: weeën. Om de vier minuten.

Mijn temperatuur werd gemeten. Binnen een half uur ging ik van 37 naar 39,5 graden koorts. Een infectie. Ik werd direct naar de verloskamers gereden en de OK en NICU werden opnieuw voor mij klaargemaakt. Om tien uur lag ik daar trillend in bed, de weeën zetten flink door.

Ik werd ziek. De artsen gaven me nog twee uur en dan zouden ze overgaan tot een keizersnede. Maar twee uur werd een uur, en een uur werd een kwartier. Ons mannetje liet geen goede CTG’s meer zien. Zijn hartslag ging flink omhoog en de paniek in de verloskamer sloeg toe. Er was geen tijd te verliezen. Ons kleintje moest zo snel mogelijk per keizersnede gehaald worden.

Al die tijd was mijn man nog thuis. Hij was op zoek naar oppas voor onze oudste zoon en is daarna met 160 km per uur naar het ziekenhuis gescheurd. Hij was nét op tijd.

Om 23.30 uur is ons prachtige kleine mannetje Joep geboren. Hij woog 1750 gram, wat een kerel! Wel kwam hij blijkbaar uit een flink ontstoken baarmoeder. De operatie duurde daarom lang. Alles wat de artsen aanraakten begon te bloeden. Voor mijn gevoel werd er uren op mijn buik gedrukt om de bloedingen te stelpen. Ik had het gevoel dat ik weggleed, mijn bloeddruk was te laag en ik hoorde alleen nog piepjes. Ik wilde zeggen dat het niet goed met me ging, maar ik had de kracht niet om iets te zeggen. Daarnaast was er niemand meer bij mij, ik lag alleen en zag alleen twee gynaecologen met mijn buik bezig. Ik deed mijn ogen dicht….

Even later voelde ik een warme hand op mijn voorhoofd. Ik wist dat deze van mijn man was. Ik werd weer een beetje rustig en kwam bij. De operatie was klaar. Het eerste dat ik vroeg was, hoe is het met onze Joep?

Rianne vertelt verder in Neonatale infectie: daar lag ons mannetje, tussen al die witte jassen

Aan dit artikel werkte mee: Rianne Leeuwis, moeder van Noud en Joep

Foto: Rianne Leeuwis

Misschien vind je dit ook interessant

Deze website maakt gebruik van cookies - Met deze cookies proberen wij jouw online ervaring te verbeteren.We gaan ervan uit dat je dit goed vindt, maar je bent uiteraard niets verplicht. Deze methode komt overeen met de wetgeving AVG (ingangsdatum 25 mei 2018). De cookies van Google Analytics hebben wij volledig geanonimiseerd en daarom kunnen wij die plaatsen zonder toestemming. Je zult daar dus nooit enige hinder van ondervinden. Accepteren Details tonen

Privacy & Cookies Beleid